Omdat de liefde blijft

Het wordt nooit routine, deze dag. Al is de tijd ernaartoe elk jaar anders, ik spiraal uiteindelijk naar een dag met twee gezichten.

Acht jaar geleden is het al. Of pas. Acht jaar geleden, al óf pas. Want wat is tijd, als een dierbare heengaat? Ziel neemt tijd mee.

Vorig najaar werd ik rouwvrouw. Nee, dat schrijf ik niet goed. Ik leerde over de pré-christelijke rituelen in Noordwest Europa bij sterven, overlijden en rouw. Rouwvrouw was ik eigenlijk al. Ben ik altijd al geweest.

Vandaag acht jaar geleden overleed mijn moeder. Ze gaf mij drie grootse cadeaus: ze gaf mij leven en liefde; en ze leerde me de les van sterven.

Die les draag ik sindsdien in mijn hart. In de jaren die volgden was er pijn, verdriet en soms ook boosheid. Er kwam ook weer steeds meer balans met plezier en vreugde.

Het verdriet slijt.

Het gemis groeit.

Vandaag maak ik een altaartje voor haar. Niet om haar te herinneren, want dat doe ik elke dag. Wel om stil te staan bij het moment. En om haar te eren. Voor wie ze was. En is. Omdat de liefde blijft.

Gerrie Gilvert-Dijk

1 juli 1942-1 september 2011

Rust in het wiel van de natuur

Om half drie sta ik op de landerijen rondom het klooster van de zusters trappistinnen in Oosterbeek. Ik ben er wel vaker geweest. Het is een modern gebouw, tot voor kort omgeven door stilte, rust, bomen en akkers. Nu worden de akkers langzaamaan omgevormd tot een begraafplaats in harmonie met Moeder Aarde.

Ik ben aan de late kant en de celliste op het boomomrande grasterras zal een laatste nummer spelen. Ze biedt ruimte voor een verzoeknummer. Ik loop snel op haar af en vraag The Carnival of the Animals: the Swan. Laat dat nu precies het nummer zijn dat zij zelf ook in haar hoofd heeft als laatste nummer!

https://hanamiritueelbegeleiding.nl/wp-content/uploads/2019/08/img_0839-1.mov

Aansluitend loop ik het klooster binnen, waar een monnik net zijn lezing afrondt. Ik hoor hem nog spreken over de verbinding, die zo wenselijk en nodig is, juíst in tijden van rouw en verdriet. En over het eeuwige wiel van leven, dood en wedergeboorte. Die verbinding en cirkel komen altijd samen in vertrouwen in de liefde. En in de rouwcirkels, die ik vanaf dit najaar organiseer.

De wandeling met de ecoloog over de velden van de begraafplaats is boeiend. Elk veld heeft de naam van een seizoen: lente, zomer, herfst en winter. Hij laat een levende libelle zien, het verschil tussen jonge en oude boerenzwaluwen en kunstige korstmossen. We hopen op een glimps van een koninginnepage en leren over de balts van de dwergvleermuis.

Ik sluit mijn bezoek af met een bezoek aan mijn uitvaartbloemencollega Florem et Art, die waanzinnig persoonlijke en duurzame afscheidsbloemstukken kan maken. En loop weg met het zonbeschenen beeld van een sereen houten Mariabeeld in de kapel naar haar genoemd.

Ja, dit is een prachtige plek voor rust in het eeuwigdurende wiel van de natuur. En mocht je een spreekster of ritueelbegeleider zoeken die daar passende woorden of rituelen bij bedenkt, dan houd ik me van harte aanbevolen!

Op hoge hakken naar de hemel

Toevalligheden bestaan niet (meer) in mijn leven. Het is eerder toe-val dat ik -en jij als de lezer van mijn blog- precies hier en nu deze boodschap krijg.

De afgelopen weken heb ik, dankzij mijn pijnlijke schouders en nek, alweer heel wat kwartjes mogen laten doorvallen. En vandaag trekt het universum aan de hendel. Ktsjing!

Ik weet niet meer precies welk kruimelpad ik volgde, maar een nieuwsbericht vandaag brengt mij ertoe Kijken in de Ziel met Laura Maaskant op te zoeken. Een studente, een schrijfster, een jonge vrouw met ongeneeslijke kanker.

Die aflevering vind ik niet. Maar wel één van De Verwondering, met hetzelfde meisje. Of meisje? Veel meer dan dat een oude (en wijze) ziel.

Want wat ze zegt en uitstraalt, hoe bijzonder! Ik deed er heel wat langer over dan zij, om die wijsheid te ont-wikkelen.

Twee dagen geleden overleed ze. Trok haar immer aanwezige kern van rust en vrede uit haar zieke lichaam. Het lichaam dat ze tijdens haar uitvaart wil eren in een feestjurk. Met de voeten in mooie schoenen, met hoge hakken.

Dat klinkt als buitenkant, passend bij haar fysieke leeftijd, die helaas niet meer dan 25 jaar is geworden. Maar haar binnenkant was, en is, tijdloos. Want daarvan zei ze, naar Etty Hillesum: ‘Ik ben al duizend doden gestorven en ook al duizend keer opnieuw begonnen.

En wat is dood? Dat je hart niet meer klopt, je pols verdwijnt en je adem stopt?

Geniet van de schoonheid van elk nu-moment, ze zijn zo mooi. De zon die opkomt, het vogeltje dat zingt, de hond die mij vragend en blij aankijkt. Leef!’

Ja, zo is inmiddels ook mijn stellige overtuiging. Er is maar weinig voor nodig om me écht gelukkig te voelen. En toch vergeet ik het soms. Omdat ik op zo’n moment niet helemaal in het hier en nu ben.

Dankjewel Laura, dat jij dit op deze tijdloze manier weer bij me binnenbracht. Vaar wel!

Pukkels van liefde

Ik ga nog al eens wandelen in de omgeving en op heel wat plekken zijn dan heuveltjes te zien, al dan niet voorzien van een begeleidend bordje: grafheuvel. Het maakt me, zeker gezien mijn werk als ritueelbegeleider, nieuwsgierig naar de verhalen erachter. Of misschien wel beter geformuleerd: erin.

Dus toen ik onlangs vernam dat er een lezing werd gegeven over grafheuvels op de Veluwe, meldde ik mij natuurlijk aan.

In een enthousiasmerende wervelwind aan woorden neemt de archeologe ons mee, terug in de tijd. Of eigenlijk uit de tijd. Want dat is waar we zijn als we dood zijn. Uit de tijd.

Ze legt uit hoe de 54 hunebedden Drenthe en Groningen oorspronkelijk ook grafheuvels waren, en dat de bedekking daarvan inmiddels verdwenen is (om nog maar niet te spreken over wat er ooit in moet hebben gelegen).

In heel Nederland zijn verder inmiddels zo’n 700 grafheuvels bekend. Zowel de hunebedden als de grafheuvels stammen uit de tijd van de trechterbekercultuur, zo’n 3500 tot 2900 jaar voor Christus.

Overledenen werden begraven, en later zijn ook urnen toegevoegd. Naar het waarom van begraven dan wel cremeren blijft het gissen. Het is in ieder geval wel duidelijk dat mensen geloofden in een leven na de dood. Want waarom zou je anders eten en andere grafgiften in het graf meegeven?

En dat brengt me bij het boekje, waaraan ik onlangs begonnen ben te schrijven. Dat gaat -ook- over leven na de dood. En daar geloof ik niet alleen in, ik weet zeker dat het er is.

Want leven, echt léven, is liefde. En als er iets is na de dood, dan is het liefde. Dat is net zo zeker als de pukkels in het landschap die de grafheuvels zijn.

Op de muur van m’n werkkamer is een plekje dat sprekend lijkt op een luchtfoto van grafheuvels. En zo hebben de pukkels op de muur sinds de grafheuvel lezing ineens de betekenis van Liefde.

Onze Lieve Vrouwe van de Bloeiende Betuwe

Ik woon inmiddels vijftien jaar in de Betuwe. Maar het heeft me als ‘Zuid Limburgs’ meisje wel even gekost om te wennen. Toch is vandaag zo’n dag waarop ik me er helemaal huis voel.

Op de terugweg van een gesprek met nabestaanden kies ik voor de weg tussen de boerderijen door. Niet sneller dan de autoweg langs de Betuwelijn, maar wel korter en zeker leuker. Het zonnetje nodigt me ertoe uit. Plus het bordje ‘Onze Lieve Vrouwe van de Bloeiende Betuwe’.

Waar haar kapelletje staat, is de weg zo smal dat er maar één auto kan rijden, laat staan dat ik daar kan parkeren. Dus stop ik een eindje verderop en loop terug. Niet echt handig, op m’n hakken, maar ik heb t er voor over. En ergens brengt het wandelingetje me terug naar Zuid Limburg. Blauwe lucht, kwetterende vogels, blatende ooien en hun lammeren. En het heuveltje, waar de kapel op is gebouwd.

Al vaker ben ik langs dit kapelletje gekomen. Inmiddels weet ik dat het geen toeval is dat ik er op een dag als vandaag stop. Een van de steeds weer terugkerende onderwerpen in de gesprekken ter voorbereiding op een uitvaart van een oudere persoon in deze regio, is de Tweede Wereldoorlog. Om preciezer te zijn de operatie Market Garden en de evacuatie die daaraan vooraf ging.

Zo ook vandaag. Het was een gebeurtenis met grote consequenties voor de overleden mijnheer. Ik neem hem mee in mijn gedachten als ik het kinderkopjespad op de heuvel oploop.

In het kapelletje lees ik: In de laatste maanden van de Tweede Wereldoorlog werd er op deze plek man tegen man gevochten tussen de Britten en de Duitsers. In 1946 werd het kapelletje voor Maria gebouwd. Tot in de jaren zestig werd er jaarlijks een processie gehouden. En rond 4 en 5 mei wordt de kapel nog altijd druk bezocht.

In het gastenboek staan nog heel actuele reacties. Het ontroert me. Op deze plek, waar zoveel pijn en verdriet en geweld heeft geheerst, is het geloof in Maria nog springlevend. Het voelt als een lentesprankel in deze tijd van het jaar. Een sprankje vertrouwen en positiviteit, dat ik aantref in de week na een bloedige aanslag in Utrecht en een vreselijke verkiezingsuitslag.

Nee, de overleden mijnheer komt niet meer terug. Maar ik doe een klein gebedje bij Maria, dat de uitvaart die ik vanavond ga voorbereiden, er aan zal bijdragen dat zijn vrouw, kinderen en kleinkinderen over een tijdje de zon weer zullen zien schijnen.

Sterrenstof op de wind

Het is niet echt wandelweer. Er staat een stevige westenwind en er drijven grote wolken, met zelfs hagelstenen erin, voorbij. Toch ga ik naar buiten. Even het hoofd leeg blazen.

Want dat zit vol. Met de voorbereidingen voor de uitvaart van morgen. Ik houd mijzelf voor dat die niet anders is dan de uitvaarten die ik hiervoor deed. Natuurlijk is geen enkele uitvaart hetzelfde. Maar mijn hart voelt dat deze nóg weer anders is. En fluistert dat af en toe in mijn oor.

Ze wilde gewoon vijftig worden. Is dat nu teveel gevraagd? Ik denk terug aan die bijzondere dag drie weken geleden, toen ik mijn eigen vijftigste verjaardag vierde.

Nee. Het is niet teveel gevraagd. En toch kon deze wens van mijn leeftijdsgenootje niet worden ingewilligd.

In het voorbereidingsgesprek met haar man, dochter, zoon en twee vriendinnen is gelachen. Misschien gewoon omdat dat ook zo bij haar paste. En intens gehuild.

Op mijn vaste plek in het bosje ga ik even zitten. De zon schijnt en voelt warm, door de wind en mijn regenjas heen. Als het begint te regenen, kan ik niet anders dan dankbaarheid voelen. Dat ik dit kan en mag. Ondertussen luister ik naar de muziek die morgen aan het eind gedraaid zal worden.

Als ik mijn uiterste best voor haar en haar gezin heb gedaan. Als haar gezin afscheid van haar neemt. En zij nog één keer zal dansen. Als sterrenstof zal dwarrelen op de wind.

Voor alles een tijd

Zaterdagavond, half acht. Als ik na een avondwandelingetje met mijn hond op m’n mobiel kijk, zie ik dat een uitvaartondernemer heeft gebeld. Ik bel haar terug.

‘Mevrouw is vannacht overleden. Kun je vrijdag voorgaan, en zou je morgen kunnen spreken met de nabestaanden?’ Mijn antwoord is twee keer ja. De dood houdt zich niet aan kantoortijden. Ik beweeg in liefde met haar mee.

Na de lunch rijd ik door een mistroostige Betuwe. Het waait stevig en de regen valt vlagerig. Ik neem de route langs de nu nog kale fruitbomen. Drie kraaien vliegen in slow motion op. Waarom zouden ze ook haast hebben?

Ik bel aan, stap het appartementencomplex naar binnen en neem de lift. Als ik uitstap staat er al iemand op mij te wachten. ‘Hier rechts in de hoek mag u zijn.’

Ik neem het appartement goed in me op. Na ons gesprek van ongeveer anderhalf uur, vraag ik of ik ook nog even naar de foto’s aan de muur mag kijken. Want niet alleen woorden en emoties, maar ook meubeltjes en vastgelegde herinneringen zijn voor mij een manier om me in te leven in deze familie, deze nabestaanden en de overleden mevrouw.

De weg terug naar huis, in gedachten nog bij de verdrietige en tegelijk berustende familie, is wat verwarrend. Ik zie drie oude vrouwen staan, maar als ik dichterbij kom zie ik dat ze maskers dragen. Sarahs? Even later komen versierde wagens mij tegemoet. Dan realiseer ik me dat het Carnaval is.

Carnaval, zo lees ik later op Wikipedia, ‘is een omkeringsritueel. Maatschappelijke rollen worden omgedraaid en normen over gewenst gedrag worden opgeschort.

Het dragen van maskers zou oorspronkelijk verband hebben gehouden met verering van overleden voorouders; door zich als een representant van een overleden voorouder voor te doen, hoopte men de geest van die voorouder gunstig te stemmen. Daarnaast diende de maskerade om de winter sneller een halt toe te roepen, zodat de zomer sneller zijn intrede zou doen.’

En zo komt, op een regenachtige zondag in de Betuwe, alles samen: winter en zomer, verdriet en vreugde, dood en leven. En zie ik de kraaien weer voor me: waarom haasten? Voor alles is immers een tijd.

Momenten van klaarheid

Een jaar of wat geleden keek ik voor het eerst naar Call the Midwife. En ondanks mijn meisjesdroom ooit een vroedvrouw te worden, kon de BBC-serie over vroedvrouwen in de vijftiger jaren in East End mij op dat moment niet bekoren. Te veel kabbel de kabbel.

Maar toen een collega mij onlangs zei dat het toch écht een serie voor mij is, besloot ik het er nog eens op te wagen. Aanleiding van haar aanbeveling was het delen van onze ervaringen. Ervaringen van liefdewerk, waardoor we beiden in de meest uiteenlopende gezinnen belanden en we bovenal de kunst van het luisteren steeds beter leren verstaan.

En dat is precies wat de vroedvrouwen in Call the Midwife ook doen. Er zijn, erkennen, aandacht en liefde geven en luisteren. Heel even deelgenoot zijn van mensen in een kwetsbare situatie. Situaties die je misschien wel zou willen veranderen, maar niet kunt. Wat wel kan, is compassievol zijn. Er zijn.

De serie brengt me nog iets anders. Een soort van meditatief moment op de dag. De kabbel-de-kabbel van twee jaar geleden is nu precies wat ik nodig heb. Of nee, nodig hebben is niet de juiste uitdrukking. Het gaat meer om in rust en stilte wíllen zijn.

Want al is mijn meisjesdroom om verloskundige te worden niet uitgekomen, is er iets in mijn leven gekomen waar ik lang naar zocht. De stilte en rust, die zo bijzonder zijn bij geboorte en dood.

Of, zoals Martin Bril dichtte:

Wat we willen:
Momenten
Van helderheid
Of beter nog: van grote
Klaarheid

Schaars zijn die momenten
En ook nog goed verborgen

Zoeken heeft dus
Nauwelijks zin, maar
Vinden wel

De kunst is zo te leven
Dat het je overkomt

De klaarheid, af en toe

Omdat zowel aan het begin als aan het einde van het leven de tijd even stil staat. Momenten van klaarheid en heiligheid rondom het wonder van leven.

Vrouwen van leven

Aan de voet van de
Boom van leven
Zitten drie vrouwen

Ze spinnen en weven

De eerste oud en wijs
Brengt een draad
Uit de bron

Naar de tweede
Vol vruchtbaar leven
Tot de draad

Naar de derde overgaat
Zij wikt en schikt
Over ons lot tot dood

Vandaag onze tijd
Snijdt zij met haar sikkel
Een draad van leven

Brengt zo Ziel
Terug naar Daar
Waar het leven begon

Aan de voet van de
Boom nabij die Bron
Zitten drie vrouwen

Ze spinnen en weven
Het eeuwige leven

Er zijn …

Als de man met een missie begint voor te lezen uit eigen werk, is het doodstil in dat kleine zaaltje in de Achterhoek.

‘Ik geef het eerste middel en deins terug. Slaapt hij? Hij slaapt. Mijn hart lijkt over te slaan, sneller, langzamer. 

Zweethanden. Fragmenten van gedachten. Flitsen. Een klok. De tijd. Stilte. Bomen buiten. Wind. De hand van de verpleegkundige, een spuit, vloeistof. We trillen. Het tweede middel, ik spuit het in. Daar gaat het; heel snel. Ik heb het gedaan. Het is gebeurd.’

Na mijn opleiding tot ritueelbegeleider bij uitvaart heb ik mij ook verdiept in rituelen bij sterven, overlijden en rouw. Allemaal momenten van definitief afscheid. Van het leven. Tot vandaag was dat vooral vanuit het perspectief van de stervende en diens dierbaren.

Vandaag leer ik, met een eindeloos diepe buiging, tijdens een lezing van longarts Sander de Hosson over het belang van en de mogelijkheden in de palliatieve zorg, de zorg tijdens de laatste levensfase. En bovenal laat hij ervaren hoe belangrijk compassie voor de stervende in die laatste fase is. In gedachten voeg ik daar ook compassie voor de betrokken zorgverleners aan toe.

Want er zijn situaties in de zorg, waarin het niet meer gaat om genezen. Maar om verlichten, troosten, er zijn. Tot de dood er op volgt. En die die garantie hebben we, zoals verpleeghuisarts Bert Keizer zegt: ‘We hebben 100% zekerheid dat we allemaal dood gaan.’ Eigenlijk best een geruststellende gedachte.

Zeker als je je realiseert dat er dan mensen zijn, die jou daarin kunnen helpen als dat nodig is. Zó kunnen helpen dat jouw sterven waardig is. Mensen die diep van binnen weten dat er dan nog maar één ding telt.

Er zijn.

En dat is iets wat we allemaal kunnen. Als we maar durven. Durven de maskers, waarachter we ons vaak verbergen, af te zetten en de dood, als onderdeel van het leven, durven aan te kijken. Om er te zijn. Voor onze dierbare die stervende is. En misschien zelfs voor de dokter en de zuster.